“Bij elkaar tot het niet meer kan.”

Bij binnenkomst in hun kamer valt niet alleen het prachtige uitzicht op de Waal op, maar ook de twee bedden die naast elkaar staan. Mevrouw Gielissen is opgenomen in het hospice en haar man blijft zoveel hij kan aan haar zijde. Want wat is er fijner dan dat je de laatste maanden van je leven ook ’s nachts bij je lief kan zijn?

Mevrouw Jeanet Gielissen is 80 jaar en verblijft hier met haar 87-jarige man. Bijna 60 jaar zijn ze gelukkig getrouwd. De dochter van het echtpaar heeft het voor ze geregeld. “Toen we het bericht kregen dat ik niet meer beter zou worden, is onze dochter gaan zoeken naar een plek waar we bij elkaar konden blijven”, vertelt mevrouw Gielissen. “In een verpleeghuis mocht mijn man ’s nachts niet slapen. Daar gaan we niet aan beginnen, zei mijn dochter. Ze wonen zo lang bij elkaar, dan gaan we ze nu niet uit elkaar rukken.”

De mooiste kamer in de stad

Hun dochter bleef zoeken en kwam bij het hospice terecht. “Ze zei tegen ons dat ze de mooiste kamer in de stad voor me geregeld had.” En dat bleek niet overdreven. “Het is te mooi om waar te zijn. In het ziekenhuis was ik de hele avond alleen. Nu zijn we weer samen.” Naast het feit dat ze een mooie kamer kreeg, is het echtpaar ook te spreken over de sfeer in het hospice. “Ik voelde vanaf de eerste dag dat het hier goed is. De warmte, gezelligheid, de rust. De medewerkers zijn altijd vrolijk. Hoe ze dat voor elkaar krijgen, weet ik niet. Maar ik vind het hier geweldig.”

Levensgenieter

Mevrouw Gielissen is een goedlachse en optimistische vrouw. “Mijn vrouw klaagt nooit en is een echte levensgenieter”, zegt mijnheer Gielissen. “Wij mannen piepen eerder, maar zij weet ook nu nog van elke dag wat te maken”. De vraag is wanneer haar ziekte gaat doorzetten. “Af en toe heb ik wat last”, fluistert ze, “maar dan zeg ik niks. Het is jammer dat het zo is, maar je moet het aanvaarden. Ik hoop dat ik niet teveel pijn krijg, tegenwoordig hebben ze goede medicijnen.” En zolang het nog kan genieten ze van wat de dag brengt. “Ik krijg heel veel bezoek van familie, vrienden en kennissen, die kan ik hier goed ontvangen. En we gaan er regelmatig op uit, de tuin in of met de rolstoel de stad in. ’s Ochtends drinken we in de huiskamer koffie en ’s avonds nemen we gezellig een glaasje wijn of een cognacje.” In het weekend eet mijnheer Gielissen mee met zijn vrouw en de gasten. Op andere dagen brengt een cateraar zijn eten.

Touwtjes in handen

De voorbereidingen voor haar afscheid heeft mevrouw Gielissen al klaar. Weinig wordt aan het toeval overgelaten. “Mijn zusje kent iemand die een soort dienst kan doen, we zijn bezig met de lijst van genodigden en ik heb de kist en de kleren die ik aan wil al uitgezocht.” “Ja, ze houdt graag de touwtjes in handen”, lacht mijnheer Gielissen haar toe. “Het is net haar moeder, het liefst zou ze zelf nog achter de kist willen lopen.” Zover is het nog niet. Mevrouw Gielissen heeft nog plannen. “Ik zou het prachtig vinden als ik de Vierdaagse zou halen en vanuit mijn kamer de wandelaars over de brug kan zien aankomen.”

 

 

← Terug naar ervaringen

Wilt u op de hoogte blijven van onze activiteiten? Schrijf u in voor de E-mailnieuwsbrief